Ihr Ring wurde zu den Favoriten hinzugefügt.

Het trouwringenwoordenboek van Rauschmayer

Edelmetalen

Goud/zuiver goud (herkomst)

Goud werd rond 5000 voor Christus ontdekt en was in de oudheid al een gewild product. Uit vondsten in Germaanse graven en uitgravingen in de Nijlvallei blijkt dat men 4000 jaar geleden ook al druk bezig was met het bewerken van goud. De goudvoorraden in de Europese landen waren in de middeleeuwen al uitgeput. Na de ontdekking van Amerika in 1492 zorgden de goudvondsten in Mexico, Peru en Brazilië ervoor dat de Spanjaarden onmetelijk rijk werden. In 1848 werden er goudvoorraden in Californië ontdekt, in 1854 in Australië, in 1880 in Zuid-Afrika en in 1896 in Klondyke aan een van de zijrivieren van de Yukon in Noord-Amerika.

Goud/zuiver goud (eigenschappen)

Chemisch puur goud heet zuiver goud. Het is vrij van alle andere metalen zoals zilver en koper en kan worden platgewalst tot bladgoud (van ca. 1 micrometer). Zuiver goud heeft een lichtgele kleur die niet verandert aan de lucht, omdat zuiver goud geen binding aangaat met de zuurstof in de lucht. Dit is het meest flexibele metaal. Omdat het zeer zacht en buigzaam is, wordt het voor verwerking vermengd met andere metalen (gelegeerd). Door toevoeging van zilver wordt de kleur lichter, door toevoeging van koper donkerder. Goud komt voor in de kleuren geelgoud, roodgoud, witgoud, groengoud, rosé en grijsgoud.

Zilver (herkomst)

Ook zilver is een van de metalen die al in de prehistorie bekend waren bij de mens. Het werd rond 4000 voor Christus ontdekt. De Egyptenaren haalden het uit Nubië, en de Feniciërs, de Carthagers en de Romeinen haalden het uit Spanje. In Duitsland begon de zilvermijnbouw al in de tiende eeuw bij Goslar in de Harz en bij Freiberg in Saksen. Sinds 1521 leveren Mexico, Bolivia, Peru, Chili en Argentinië enorme hoeveelheden zilver en sinds 1860 doen de bergachtige streken in de Verenigde Staten dat ook.

Zilver (eigenschappen)

Zilver is het metaal met de witste kleur. Omdat het vanwege de zachtheid niet heel erg geschikt is voor verdere verwerking, wordt het gelegeerd met koper. Zilver wordt beschouwd als beste thermische en elektrische geleider en wordt daarom ook vaak gebruikt in de elektrotechniek, de tandheelkunde en zelfs de fotografie. Vanwege de bactericide werking wordt zilver ook gebruikt in de geneeskunde.

Platina (herkomst)

In de middeleeuwen was platina nog niet bekend. Het werd pas in 1735 ontdekt door de Spanjaarden, in de vorm van kleine korreltjes in goudafzettingen, in de rivier de Pinto in Colombia. Het grauwe metaal had een hoog smeltpunt en was dus niet erg bruikbaar bij het omsmelten. Daarom werd het platina genoemd (klein zilver), een minachtend verkleinwoord voor plata (zilver).

Platina (eigenschappen)

Platina is een zeer zwaar metaal. Het is veel lastiger smeltbaar dan goud en zilver, want het smeltpunt ligt bij 1774°C. Platina is harder dan goud en zilver en buitengewoon taai, maar tegelijkertijd heel buigzaam. Platina gaat bij het polijsten prachtig glanzen. Door de grijswitte kleur, die door toevoeging van palladium lichter wordt, ziet het er met name in combinatie met briljanten schitterend uit.

Palladium (herkomst)

Platina is nooit helemaal zuiver, maar komt altijd voor in combinatie met vijf andere metalen: palladium, iridium, rhodium, osmium en ruthenium. Het  zilverwitte metaal palladium is altijd aanwezig bij platina, maar wordt ook gewonnen als bijproduct van goud-, zilver- en nikkelerts.

Palladium (eigenschappen)

In de goudsmederij dient het metaal als vervanger van het duurdere platina. De voordelen liggen voor de hand. Het is iets lichter van kleur dan platina, is ook lichter van gewicht, de prijs is lager en het krijgt bij het polijsten ook een veel glans. Aan fabrieksplatina wordt vaak een klein beetje palladium toegevoegd om de platinakleur lichter te maken. Ook het bekende witgoud bestaat uit goud en palladium. Platina is daarnaast ook een katalysator voor chemische doeleinden en wordt gebruikt in het laboratorium en in de autobranche.

Legering

Legeringen ontstaan door het samensmelten van twee of meer metalen. Goudsmeden werken bijna uitsluitend met legeringen. Geen van de drie edelmetalen (goud, zilver en platina) wordt puur gebruikt. Goud en zilver zijn in zuivere toestand te zacht en platina is niet wit genoeg. Ze moeten altijd geschikt worden gemaakt voor verwerking, en dat gebeurt via een legering met andere metalen.

Een goudsmid legeert goud bijvoorbeeld on het harder te maken, om – door toevoeging van gunstigere metalen als zilver en koper – de hoeveelheid metaal te vergroten en om goudproducten te kunnen maken voor betaalbare prijzen. En daarnaast om de diverse goudkleuren te krijgen.

Zuiverheidsschaal

24 karaat = 24 karaats zuiver goud = goud 1000/-

18 karaat = 18 karaats zuiver goud + 6 karaat toevoeging = goud 750/-

14 karaat = 14 karaats zuiver goud + 10 karaat toevoeging = goud 585/-

8 karaat = 8 karaats zuiver goud + 16 karaat toevoeging = goud 333/-

Steensoorten

Briljant

Een briljant is een diamant die is geslepen volgens het briljantslijpsel, oftewel: met minstens 32 facetten in de kroon (de bovenkant) plus de tafel en minstens 24 facetten in het paviljoen (de onderkant). De korte naam briljant is alleen toegestaan voor diamant; alle andere edelstenen die volgens het briljantslijpsel zijn geslepen moeten altijd de naam van het mineraal bevatten (bijv. zirkoon-briljant of zirkoon in briljantslijpsel).

Diamant

De diamant is de kubieke, gekristalliseerde modificatie van koolstof. Het is de edelsteen die het hoogst gewaardeerd wordt. De sterke lichtbreking en de kleurenspreiding zorgen voor een levendige fonkeling. De mooiste stenen zijn glashelder en doorzichtig, maar er komen ook blauwe, gele, bruine, groene en zwarte stenen voor. De diamant wordt pas echt mooi bij het slijpen. De belangrijkste slijpvormen zijn briljant en rosé.

Slijpsels

Facettenslijpsel

Bij het facettenslijpsel wordt de steen omringd door een groter of kleiner aantal geometrische oppervlakken, meestal drie- of vierhoekig. Deze heten facetten (facette betekent oppervlak).

Briljantslijpsel

Een briljant bestaat uit een bovengedeelte en een ondergedeelte. Deze komen samen bij de rondist. Het bovengedeelte bestrijkt bij een normaal geslepen steen een derde van de totale hoogte. Bij het volledige briljantslijpsel (drievoudig) heeft het bovengedeelte 32 en het ondergedeelte 24 facetten. Dit slijpsel wordt meestal gebruikt bij stenen vanaf 1/25 karaat. Kleinere stenen van 1/16 tot 1/40 karaat krijgen een slijpsel waarbij het bovengedeelte 16 facetten krijgt en het ondergedeelte ook (tweevoudig). Nog kleinere stenen van 1/25 tot 1/300 karaat krijgen een “achtkantslijpsel”.

Baguetteslijpsel

Bij dit slijpsel (ook wel senaal genoemd) krijgt de steen een heel smalle, rechthoekige vorm.

Princess-slijpsel

Net als bij het briljantslijpsel is ook het vierkante princess-slijpsel zeer hoogwaardig en facettenrijk. In tegenstelling tot het briljantslijpsel is de tafel (het horizontale bovenvlak) bij het princess-slijpsel vierkant. Bij het briljantslijpsel is deze rond met een groot aantal gradaties.

Fantasyslijpsel

Hierbij zijn de edelstenen in allerlei vormen te slijpen, zoals harten, wapens, tonnen enzovoort.

Oppervlakken

Oppervlakken (gezandstraald/zand-mat)

Een matte uitstraling is mogelijk via een zandstraler. Dit is een machine waarin de ringen continu worden gedraaid. Daarbij wordt er een straal van fijnkorrelig zand of kwarts op het oppervlak gericht, net zolang tot het mat geworden is. Hoe fijner het zand, hoe fijner de matheid, en omgekeerd.

Oppervlak (gepolijst)

Dit is een belangrijke stap in de oppervlaktebehandeling van edelmetalen voorwerpen. De kwaliteit hangt daarbij hoofdzakelijk af van de voorbehandeling. Alleen als het metalen oppervlak door het slijpen perfect glad is gemaakt, is foutloos polijsten mogelijk.

Oppervlak (mat/zijdemat)

Waar polijsten een gladgeslepen oppervlak glanzend maakt, zorgt het matteren er juist voor dat het opruwt, waardoor het een doffe en matte uitstraling krijgt. Afhankelijk van de gekozen methode is de matheid in zekere mate fijnkorrelig.

Oppervlak (behameren)

Voor deze oppervlaktebehandeling is liefdevol handwerk nodig. Hierbij wordt er met het afgeronde oppervlak van een ciseleerhamer een groot aantal ronde uitdiepingen in de ring geslagen. Ringen met een dergelijk oppervlak zijn vaak gepolijst. Behameren is een heel bijzonder versierelement.

Oppervlak (ijs-mat)

Bij de oppervlakteveredeling “ijs-mat” wordt de structuur met diamantvijlen, een diamantpad of grofkorrelig schuurpapier op het sieraad aangebracht, in cirkelende bewegingen. Hierbij ontstaan zichtbare, ongestructureerde krassen. In samenspel met gepolijste oppervlakken of fonkelende edelstenen zorgt dit echter juist voor een heel bijzondere uitstraling.

Oppervlak (dwarsmat/lengtemat/45°-diagonaalmat)

Bij deze vorm van oppervlaktebehandeling krijgt het sieraad zijn structuur met een ruwe vezelvliesmat, een matteerborstel of een machine. Dwarsmat levert een groot aantal korte lijnen op (parallel aan elkaar, en verticaal over de hoogte van de ring verdeeld), lengtemat levert lange lijnen op (parallel en horizontaal om de ring heen) en een 45°-diagonaalmat is naar links en naar rechts mogelijk.

Rodineren

Rodium is zeer corrosiebestendig en slijtvast. Helder wit rodium wordt galvanisch aangebracht als oppervlaktebehandeling om bijvoorbeeld witgouden en platinasieraden lichter te maken en om zilveren sieraden te beschermen tegen beslaan.

Platineren

Een galvanische oppervlaktebehandeling, toe te passen op een groot aantal materialen. Sieraden worden geplatineerd om de volgende redenen: Een geplatineerde laag laat een sieraad er grijzer uitzien, zodat het erg op een echt platina-sieraad lijkt. Het edelmetaal onder de oppervlaktelaag, waar het grootste deel van de ring uit bestaat, wordt beschermd tegen beslaan. Bovendien kun je sieraden met een basis van goedkoper edelmetaal op deze manier een edelere en hoogwaardigere uitstraling geven.

Zettingen

Chatonzetting/klauwzetting

Hierbij zit de steen hoog en wordt hij gedragen tussen metalen pootjes (de chaton of klauw). De goudsmid maakt de chaton op basis van een kegelvormig frame. Dit wordt ingedeeld, aan de bovenkant worden de chatons uitgezaagd, van onderaf worden de punten ingevijld en aan de onderkant wordt een voetring gesoldeerd. Om de steen goede steun te geven, worden de chatons aan de binnenkant aan de bovenrand ingestoken of ingefreesd en wordt het chatondeel dat is blijven staan over de rondist van de steen gedrukt en gevijld. De chatonzetting wordt vaak gebruikt voor solitairringen.

Wrijfzetting

De steen wordt in een vlakke plaat gezet en blijft op zijn plaats doordat de rand van het omringende metaal een stukje over de rondist (de rand van de geslepen steen) wordt gewreven. De wrijfzetting is heel gunstig voor kleine stenen, omdat er maar een heel kleine metalen rand over de steen wordt gelegd, en er maar een heel klein deel van de steen wordt bedekt.

Kastzetting

Hierbij wordt de steen in het boorgat geplaatst en wordt het metaal met een burijn zo gestuikt dat er een rand boven de steen uitkomt die de steen vastzet.

Spanzetting

Ronde of hoekige stenen worden in een ring geklemd. Ze komen hiervoor in een steenhouder, waar het metaal wordt verdicht. Dit zorgt ervoor dat de steen niet gaat schuiven en stevig vastzit in de ring.

Pavé

(Zie ook de kastzetting.) Dit is een doorontwikkeling van de kastzetting. Hierbij wordt er aan de buitenkant van de steen nog een glansrand toegevoegd. Stenen kunnen hierbij los of op een rij worden geplaatst.

Kanaalzetting

(Zie ook de spanzetting.) De kanaalzetting is een doorontwikkeling van de spanzetting. Bij de kanaalzetting worden er meerdere stenen achter elkaar gezet – steen aan steen.

Overig

Welving

De welving is de bolle binnen- en/of buitenvorm bij ringen. De welving aan de binnenkant is voornamelijk bedoeld voor een beter draagcomfort, doordat de ring beter over de vinger getrokken kan worden. Dat is mogelijk via de ronde randen.

Karaat

Karaat is ten eerste een eenheidsgewicht voor edelstenen. Een karaat staat hierbij gelijk aan 200 milligram.

Het is echter ook een kenmerk van het goudgehalte in een legering op een schaal van 1 tot 24 (zie de zuiverheidsschaal).

Gravure (diamantgravure)

Bij diamantgravure wordt de te graveren tekst met een diamantpunt in de ring ingekerfd, waarbij de diamantpunt het materiaal (edelmetaal) wegduwt. Bij dit type gravure is er meestal keuze tussen verschillende lettertypen en symbolen. Afbeeldingen zijn niet mogelijk.

Gravure (lasergravure)

Bij lasergravure wordt de afbeelding of tekst met een zeer gevoelige laser weggebrand. Deze vorm van graveren biedt allerlei nieuwe mogelijkheden. Hier zijn immers niet alleen teksten of symbolen mogelijk, maar ook eigen handschriften, vingerafdrukken enzovoort.

Heeft u nog meer wensen of wilt u graag persoonlijk advies?

Onze Rauschmayer-specialisten helpen u graag. Neem contact op met een winkel bij u in de buurt!